Vleermuizen zijn mysterieuze nachtdieren, maar spelen een onmisbare rol in onze natuur. Ze helpen o.a. bij het in toom houden van insecten zoals muggen en vliegen. Omdat alle vleermuissoorten in Europa strikt beschermd zijn, is het belangrijk om te weten waar ze leven en verblijven. Daarom loopt er in Wielsbeke een onderzoek naar vleermuizen in kerken en andere historische gebouwen.
Waarom dit onderzoek?
Het doel van het onderzoek is om beter in kaart te brengen welke vleermuissoorten in onze regio voorkomen en welke gebouwen voor hen belangrijk zijn als verblijfplaats.
Historische gebouwen zoals kerken en gemeentehuizen bieden vaak ideale omstandigheden: rustige zolders, stabiele temperaturen en kleine openingen waar vleermuizen zich veilig kunnen ophouden. Omdat zulke plekken in het landschap steeds zeldzamer worden, spelen ze een belangrijke rol in het voortbestaan van deze beschermde diersoorten.
Wie voert het onderzoek uit?
Het project is een samenwerking van gespecialiseerde organisaties:
- Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart
- Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
- Natuurpunt Studie
Zij combineren terreinonderzoek, keutelanalyses en geluidsmetingen om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de aanwezige soorten.
Wat werd onderzocht in Wielsbeke?
In het najaar van 2025 werden op verschillende locaties vleermuiskeutels verzameld. Dat gebeurde op de zolders van:
- het gemeentehuis
- de Sint-Laurentiuskerk in Wielsbeke
- de Sint-Brixiuskerk in Ooigem
- de Sint-Bavokerk in Sint-Baafs-Vijve
Tijdens deze controles werden op meerdere plaatsen vleermuiskeutels gevonden. Dat is een duidelijk teken dat deze gebouwen gebruikt worden, of recent gebruikt werden, als verblijfplaats door vleermuizen.
Daarnaast vonden op 13 en 15 juni 2026 zomertellingen plaats in het gemeentehuis, de Sint-Laurentiuskerk en de Sint-Brixiuskerk. Vrijwilligers van de vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt werkten hier samen met het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart.
Belangrijkste vaststellingen
De meest concrete vaststelling tot nu toe komt uit de kerk van Ooigem. Daar werd een kraamkolonie van laatvliegers aangetroffen. Tijdens de telling werden er ongeveer 30 laatvliegers en 1 gewone dwergvleermuis geteld.
Voor de andere locaties lopen de analyses nog. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek onderzoekt momenteel de stalen verder, onder meer via dna-analyses en geluidsopnames. Zo kan nauwkeurig bepaald worden welke soorten nog meer aanwezig zijn.
Wat gebeurt er nu verder?
De verzamelde gegevens vormen de basis voor verdere adviezen en mogelijke beschermingsmaatregelen. Zodra alle resultaten beschikbaar zijn, wordt gekeken welke gebouwen extra belangrijk zijn voor vleermuizen en hoe ze optimaal beschermd kunnen worden.
Omdat vleermuizen wettelijk beschermd zijn, is het belangrijk dat ook bij toekomstige renovatie- of onderhoudswerken aan kerken en openbare gebouwen rekening wordt gehouden met hun aanwezigheid.